INLEIDING THEO VAN DOORN

OVERZICHT LEESTEKSTEN

HOME

De grote school
De oogarts
De melkboer
De dames Meesters
Zusjes en amandelen
Misdienaar
Fietsen
Kermis
De slagers
Andreetje
Verstrooid
De oude meester
De nieuwe meester
De Jonge Wacht
Het mes
Het hoofd
Spelling
Eerste liefde
De pastoor
"Misdienaar"
De oorlog

Doruske 2 - Lagereschoolkind

Theo van Doorn

vignetleaf.jpg (789 bytes)

De Jonge Wacht

Onze onderwijzer, Broos van Tilburg, was ook hopman van de Jonge Wacht. Elke woensdagmiddag stapte hij parmantig, schuddend met zijn hoofd, zodat zijn krullen licht bewogen over het Marktplein naar het patronaat. We deden dan allerlei spelletjes of legden proeven van bekwaamheid af in het leggen van allerlei knopen, in het opbouwen van een palenhut in minivorm dan, om van het gele koord naar het groene te komen, van het groene naar het rode. We zijn ook op kamp geweest, we deden voor Jonge Wachters en padvinders de gebruikelijke spelletjes. We sliepen op de deel van een boerderij op stro en dat viel niet mee, je sliep nauwelijks en was de volgende dag geen cent waard.

We namen ook aan wedstrijden deel, bijvoorbeeld tegen alle Jonge Wachters in de Meierij. Spannend, je werkte je uit de naad om toch maar te winnen. Een onderdeel van die wedstrijd was voordragen. Van Tilburg zei: "Draag jij maar weer eens die zeven willigen voor." Voor dat onderdeel hadden we de hoogste punten, terwijl Van Tilburg telkens als het om zijn club ging niet in de jury zat. Aan het kampvuur werden de eerste drie winnende clubs bekend gemaakt; de Opperhopman in Nederland zou dat doen. Wij waren tweede. Hoe kan dat nou? We waren zo goed. Wat bleek, dat in alle onderdelen waar ene Walter Schuurdeur had meegedaan, wij slecht scoorden. Schuurdeur was een slome jongen, hij deed op de Jonge Wacht nauwelijks mee. Meestal zat hij op de speelplaats op het stoepje voor de bewaarschooldeur. Daar had hij eens in zijn broek gedaan, hij wist er geen raad mee, had de drollen uit zijn onderbroek gevist en op de stoep gelegd, drie drolletjes. Sindsdien had hij de bijnaam driedrolletje.

Vooral mijn broer die ook lid was van de Jonge Wach, kon niet zo goed uitstaan dat die Schuurdeur onze kansen bij wedstrijden met andere clubs zo verspeelde. De oorlog was nog niet uitgebroken, maar woorden als NSB'er waren ernstige scheldwoorden. Harri nam wraak op driedrolletje. Hij deed het nogal ingewikkeld; kennelijk was hij te lui om naar het huis van veldwachter Schuurdeur te lopen; hij stak het Marktplein over, schreef op de stoep van veldwachter Van den Akker: "Schuurdeur = driedolletje NSB", in heel kleine letters. Een paar dagen later stonden de twee veldwachters in onze winkel. Schuurdeur zei tegen moeder: "We willen jouw twee vlegels spreken." Moeder die altijd in dit soort omstandigheden rustig bleef, riep ons naar de winkel, maar waarschuwde tegelijkertijd vader. Die stelde zich verdekt in de broodkamer op, maar kon wel alles verstaan. Met gebogen hoofd stonden we voor de razende agenten: "Dat woord dat jullie naar mij gericht hebben en op de stoep van collega Van den Akker hebben geschreven, is een belediging van een ambtenaar. Daarvoor zullen jullie gestraft worden. Zoiets doet een opgevoede jongen niet en zeker niet een Jonge Wachter." Ze losten elkaar af in het tieren en razen. We zeiden niets. Vader, die zich had staan verbijten in de broodkamer, kwam de winkel in: "Heren, ik heb alles gehoord, daar spraken jullie hard genoeg voor. Ik begrijp niet dat jullie je zo druk maken. Hij keek Harri aan: "Waarom heb je dat gedaan", vroeg hij. Harri, nog steeds met zijn hoofd omlaag, zei: "Walter Schuurdeur verpest bijna alles op de Jonge Wacht en dan vind ik hem een lul." "Wat zeg je", vroeg vader, maar hij begreep het al: "Je wilde Walter zo noemen, maar omdat je dat woord van ons niet mag gebruiken, schreef je maar NSB. Weet je wel wat dat betekent?" Harri schudde van neen. "Dat is een zeer ernstig scheldwoord." "Maar dat heb ik niet bedoeld", zei Harri. "Wat heb je dan bedoeld", vroeg vader. "Niet Schuurdeur er Bij." "Zie je wel, heren", zei vader, "kinderspel, en het zijn toch maar kinderen? Zullen we het hier dan maar bij laten?" De heren veldwachters draaiden zich om en gingen zonder groeten de winkel uit. We bewonderden vader, zeiden echter niets en gingen gauw buiten spelen. Stel je voor, misschien hadden we dan van vader of moeder straf gekregen.

vignetleaf.jpg (789 bytes)