CuBra

INHOUD VAN BEERS
HOME

Print Pagina


Piet van Beers presenteert 

de gedichten van Lechim

 

001

Agge meejelije ht...

Hij sjouwde meej en zwaore kr

durt hartje van de stad

Hij was zo kln, de kr zo grot

dk meejlij meej em had.

 

Want toen ie bij de KoreWom"

den oprit overreej

ztte ik men fietske langs de kaant

n hielp d klutje mee.

 

Ik zeej: Zg teege jullieje paa,

ik z ng nie zo strk

zo sjouwe meej zon zwaore kr

ds tch gin knderwrk".

 

D dik zeej, mar onze vadder riep

z naa mar nie benauwd,

ge ziet strak wel en of aandere zt

die dan oe kr meej douwt".

LECHIM


ALS JE MEDELIJDEN HEBT

Hij sjouwde met een zware kar

door het hartje van de stad.

Hij was zo klein, de kar zo groot

dat ik meelij met hem had.

Want toen hij bij De Korewom

de oprit over ree

zette ik mijn fiets maar langs de kant

en hielp dat ventje mee.

Ik zei: Zeg tegen jullie Pa

ik ben nog niet zo sterk

zo sjouwen met zon zware kar

is toch geen kinderwerk.

Dat deed ik zei hij, maar onze Pa riep:

Ben maar niet benauwd

je ziet straks wel een of andere zot

die voor jou de kar mee douwt.

===michel===