INHOUD AUDIO INTERVIEWS
INHOUD WTT
CUBRA HOME

PRINT DEZE PAGINA

Het Woordenboek van de Tilburgse Taal wordt mede mogelijk gemaakt door

 

Tilburgse dialectsprekers - genterviewd in 1978-1980

Aflevering 5 - Interview met een groep bewoners uit de Heikant

Transcriptie en samenvattingen: Hans Hessels

GROEPSGESPREK

 

Jan Briefies van de Heemkundekring Tilborch praat met bewoners van de Heikant op 24 januari 1978 bij de heer Kennis. Aanwezig zijn; Jef Kennis (70 jaar), Kiske de Rooij (78 jaar), Antje Horstens (82 jaar) en Cees Robben (70 jaar). Herinneringen aan vroeger worden opgehaald en er wordt vooral veel door elkaar gepraat en gelachen.

 

Onderwerpen

pokkenbriefje, werk rond huis en boerderij, kweekschool, straatnamen Heikant en Quirijnstok, bijnamen, wevershuizen, thuisslachten, inzouten, catechismus, winkeltje Suske de Bruin, webke, opbaren van babys, voorste kamer, lemen vloeren, de goot, thuisweven, weefgetouw, lijmen en drogen ketting, rietrijgen, transport met de kreugel, beuren en caf, honger, zuurbrood, armoede, melk venten, varkens en geiten houden, boeren brengen naar de pastoor, toneelvereniging, namen afroepen op de preekstoel, aanvaringen met de pastoor, geboorte broer of zusje, tram Waalwijk/Den Bosch, veevervoer, leren fietsen, stoomfietsen, autos, het boeren, huismest, schrale grond, heerlijk jachtrecht, tiend,  dorsen, verbouwen boekweit, Heikantse molens, WO I, inkwartieren, zuiderlingen, eerste boot Wilhelminakanaal, graven kanaal, vele straatspelletjes, vrijen gaan, verstoppertje spelen, stelen bij boeren en moestuinen, (geen) feest geven, mensenschuw, Miet van Rijzewijk, karnemelk, kwezeltjes, Betje en Nanneke Smarius, Mieke en Janske Biezemortels, Norbertus, Witheren, bidhuizen, koolzaad, oliemolens, oppervlaktematen, spurrie, koeien op stal, mussen vangen en eten

 

Bijzondere Tilburgse woorden

- aflgge (=dode laatste keer verzorgen); - afvlagge (=maaien, ploegen); - akkrdeejon (=accordeon); - akrobaatetroef (=verbastering(?) acrobatenstunt); - aksie (=actie, als actie voeren); - aoreghd (=aardigheid); - arsjief (=archief); - baggermeule (=baggermolen); - baoker (=baker); - baokere (=bakeren); - beebie (=baby); - bemisse (=bemesten); - bl (=buil, zak); - bme, nknpe , rietrge, kamrge (=handelingen in de textiel); - bidhs (=huis ingericht als bidplaats); - boekent (=boekweit); - boekentmle strf (=pannenkoek van boekweitmeel); - boere (=boeren, boerenstiel uitoefenen); - bntje (=baantje); - brgemister (=burgemeester); - braaje (=breien); - brloft (=bruiloft); - brommert (=brommer); - burrie (=inspangedeelte voor een paardenvoertuig); - buunder, lupse, roej (=oude oppervlaktematen); - dam (=erf); - de roje (=rode, roodharige); - dodskp (=doodshoofd); - doepeere (=duperen); - dgs (=daags); - drse (dorsen); - drsvleegel (=dorsvlegel); - drfmiststal (=drijfmeststal); - drk (=direct, onmiddellijk); - drpke (=druppeltje); - drppel (=druppel); - spouwe (=overgeven); - durflsse (=doorspoelen?); - emer (=emmer); - remoej (=armoede); - kr, en --  geriffemeerd maoke (=rijwagen omkieperen); - list, et (=het laatst); - gske (=oogje); - fisje (=feestje); - fondeering (=fundering); - gaddoome (=afleiding van godverdomme); - gemnte (=gemeente); - giender (=ginder); - Gin brod, gin gld, chd, chd, chd (=uit een weversliedje); - ginnerallieteitslandje (=generaliteitslandje; wingewest van de Republiek); - gnde (=gaande); - goot, geut, gtje (=goot, keuken); - Grint, de (=locatie in Heikant); - grutvadder (=grootvader); - gruun (=(groene) gewassen); - Haajkaant (=Heikant, Tilburgs buurtschap/herdgang); - heerleke jachtrcht (=persoonsgebonden jachtrecht); - hilt (=heel het, het gehele, samentrekking); - hkske (=hokje); - hskesmis (=huismest, d.w.z. door de bewoners zelf geproduceerd); - hum (=van hem, zijn); - hupke (=hoopje, bergje); - irtie (=eer hij, samentrekking); - jacht (=jachtgebied); - kaajscheute, poeleke, paol steeke (=straatspelletjes); - kaajwg (=met stenen verharde weg); - kappelaon (=kapelaan); - kattechismes (=catechismus); - keetelmeziek (=muziek die klinkt als het slaan met ketels etc.); - kesjt (=(gevangenen-)hokje); - ketaaw (=(weef-)getouw; - ktting (=lengtedraden); - klaajboere (=boer die op kleigrond verbouwt); - kwssie (=kwestie, aanvaring); - Kli(n)sstk (=Quirijnstok); - kloster (=klooster); - koejeneere (=klieren, koeioneren); - kolzaod (=koolzaad); - kreugel (=kruiwagen); - kuch (=hard soldatenbrood, van Duits Kuch); - kwatta (=merknaam van chocolade als soortnaam gebruikt); - (k)weej (=kinderloze (onvruchtbare?) vrouw); - kweek (=kweekschool, nu pedagogosche academie); - kweezeltje (=overdreven vrome vrouw); - kwertier (=huisvesting); - lk (=lijk); - leme vloer (=lemen vloer); - lmmesjien (=lijmmachine); - leer (=ladder); - littenie (=litanie, gebed zonder eind); - manneezje (=dorsinstallatie); - md (=(dienst-)meid); - meenseschouw (mensenschuw); - meule (=molen); - Meulennd (=Moleneind, Heikant); - mis (=mest); - mitje steeke (=straatspelletje); - mlder (=molenaar); - mllek (=karnemelk); - mllekepap (=karnemelkse pap); - musseklmme (=klemmen om mussen te vangen); - musterd (=takkenbos); - mutsewaaser (=vroeger wasserij ambacht); - njaor (=najaar); - olliemeule (=oliemolen); - nsteeke (=(meisjes) versieren, heet maken); - ooto(w) (=auto); - ooversprong, kapmis, leepel f schr (=straatspelletjes); - rde (=(religieuze) orde); - t de broek (=behoefte doen); - tznege (=bezuinigen); - ouwerwts, aawverwts etc. (=ouderwets); - ouwoere (=ouwehoeren); - pdje (=padje); - ppe (=(garen-)pijpen); - prdstront (=paardenstront); - personewaoge (=personenwagen); - piepertje (=verstoppertje); - Pirke den Drl (=bewoner Heikant); - pkkebriefke (=inentingsbewijs pokken); - pltje (=paaltje); - prke (=paartje); - prt (=part, deel); - ptstal (=achterstal); - praoterij (=kwaadsprekerij); - prikstoel (=preekstoel); - prikstoel (=preekstoel); - Rt (=Tilburgse wijk De Reit); - rijtg (=rijtuig); - rg (=rogge); - rokwrek (=rookwerk); - rome (=volle melk); - rozenhuuke (=rozenkrans); - saanderendagsmreges (=sanderendaagsmorgens); - Schaans (=Schans, Heikant); - schrraom (=scheerraam, kettinghaspel); - schubber (=?); - schup (=schop, spade); - Siegoow (=ZIGO, Heikantse voetbalclub); - siegrtte (=sigaretten); - sls (=sluis); - splitje (=spleetje); - spulleke (=gebeuren, gedoe); - spurrie (=gewas, gebruikt als veevoer); - staok (=staak, paaltje); - steek (=steekwond); - stpe (=streken); - stomfiets (=bromfiets); - strf (=pannenkoek); - strojhuls (=strohuls, als verpakking); - strojsel (=gestrooide stro); - strssel (=strooisel); - stukke drge (=stukken stof drogen); - tkstielfabriekaant (=textielfabrikant); - teule (=telen); - tswver (=thuiswever); - tiend (=een tiende deel, hier van de oogst); - Tilbrreg (=Tilburg op zijn Heikants?); - tort (=taart, hier als uitwerpselen van paard); - tuijere (=vee met touw  aanpalen); - vge (=vegen); - veej (=vee); - veejwaoge (=veewagen); - Vfhze (=Vijfhuizen, Heikant); - vlagzssie, vlagge (=maaien); - vlskouse (=vleeskleurige kousen); - voejer (=voer); - vurste kaomer (=voorkamer); - wd (=ver); - weejseej (=wc); - wvershs (=wevershuis); - wpke (=webje); - wirskaante (=weerskanten); - Wit Prdje (=vroeger Heikants caf-restaurant aan het Lijnsheike); - wit spk (=erg vet spek); - witheere (=bijnaam voor Norbertijnen); - wrtie (=waar hij, samentrekking); - zk (=zeik, urine); - zusterschool (=meisjesschool met nonnen als leerkracht); - zuurdeg (=zuurdeeg); - Zwallem (=hoek in de Heikant); - zwart brod (=donker brood).


 

1

Na introductie door Jan Briefies van de deelnemers aan het groepsgesprek gaat het onmiddellijk over pokkenbriefjes.

 

De pkkebriefkes, ik hb et mn ng, et pkkebriefke van den dkter van pkke innte. Ik ha ze op menen rem gehad n toen was hier de school, de zusterschool begon n toen moes ammel die pkkebriefkes nr de zusterschool behalleve et mn, d hj nie meegegeeve

  Luister naar het bestand

 

2

Van hout sprokkelen tot goed leren op school. De straatnamen in de Heikant en Quirijnstok daar klopt tegenwoordig niet veel meer van!

 

 

Stafkaart ca. 1900

 

n die moese hout gn sprkkele as ze ts waare n, d witte wl, n strojsel haole vur de vreke dsse han n de gt die zn n, n stukke drge zo op de straot n die grote rkke

 

mar die kon ok goed leere, nouw, n die stuurdenie vurrt, irst nr de nrmaal in Waalwijk want toen kossie ng nie nr de kweek, toen wassie te jong veur n toen moesie nr de Bossche kweek. Nouw, d was meej van de biste leerlinge van de Bossche kweek!

 

Wij hadde giender in, achter in de Zwallem, Zwallem n de Wlwijksebaon, daor han we tweej, drie akkers. Die hbbe we ndderaand verkcht, omd we, de jonges zchte gin boerewrek te doen. Wij waare meej tweej meisjes n drie jonges. Nou n dan moeseme meej ene kreugel repel gn steeke gienderwd in de Zwallem!

 

die Quirijnstok die hier nouw genoemd wrt hi, d was vroeger de Klisstok, niks aanders, die knde niemand aanders as de Klisstok. En ik ok, aatij, de Klisstok n die was nie daor mar die was daor! Nr den Uudenhout toe

 

Van de Schaans klpt ok al niks! D was, d was veur bij de Vfhze bij et ouwe mrtje (?) dr Pirke Vromans wont! D was et Schaanske n de Kalverstraot d was Pirke Dondersstraot!

 

Mar waor Keej Klijse gewond heej, d was ok ng Schaans, die was ok Schaans genoemd!

  Luister naar het bestand

 

3

Veel mensen hadden vroeger een bijnaam. Als het thuisslachten ter sprake komt raakt men wat meer opgewonden, worden er sappige verhalen verteld en wordt er veel door elkaar gesproken.

 

Bij den Drl, bij Pirke den Drl! Bijnaome, d was ok iets vruuger! Ge had dan hier ng ene Paus zllefs n en Pauzin! En ene keizer, Cor de Nijs!.

 

Et Vatiekaan! Et Vatiekaan, des rcht teegenoover de pasterie! Daor wont mnne zoon nouw! J!

 

n d was Piet Klijse, de paus! D was Piet Klijse! Ik hb em ng in de kist geleej, geloof ik, toen ie dod was!

 

Mar daor zn ng wl ouw kaorte van op, in et arsjief dnk, op de gemnte, d hier. Want hier stn ng veul van die ouwe wvershze meej en riete dak, h. n ng en staldeur deraon omdsse ammel, sommege han ng koej n vrekes. Et zn ammel veej!

 

n dan moese de mnse het waoter klr hbbe staon, kookend waoter, n dan begon ie

 

Bij ons isser wl es ene op de lop gegaon dietie gestooke had want ge kost ok wl es mis steeke

 

Dan wrd hil die dinge durgesneeje, h, van die pote n die pees, h, n wirskaante. Der wrd en touw durgedaon, h, n die wrd zo n die sprte van die ladder f die leer gehange n dan wrd ie oope gesneeje!

  Luister naar het bestand

 

4

Het thuisslachten ging gepaard met een aantal vaste gebruiken na de slacht. Vier keer in de week moesten de scholieren naar de catechismus (godsdienstles) voordat de school begon.

 

Jan Victors - De varkensslacht - 1648 - Rijksmuseum. De slager heeft het varken van de leer gehaald en is halverwege het 'afkappen' en krijgt een borrel. Rechts de ladder waarop het varken 24 uur gehangen heeft; links wordt het afgekapte vlees in een kuip gedaan.

 

En dan kwaam de slager, h, f de slachter dgs ndderhand. Dan kwam ie saoves gewoonlek n dan kwaamie die zaak kept snije n d ging dan in en hille grote tn, hi n den irsten aovend as en varreke geslacht was, hi, dan wast borrele mar dan wrd de steek  daor die gestooke was dtter rond omheene zat, d wrd dan in de pan gebraoje!

 

n assem af ginge hakke, d din ze dan vierentwinteg uur ndderaand assie koud was, moesie ingezoute wrre in zon grote kp, h. Goed ingezoute. Asser ng w peekel stond van et vurrege, d gojde ze der dan ok ng op...

 

Der gao tch nie meer zout in as dt verzaadegd is meej zout! ()

 

Hier n daor en gske vt zo, alle, alle kieloomeeters zo! Der kreg gin man enen hartnval, d nie!

 

Ene keer f vier pr week, hi, moese wij smrreges nr de kattechismes toe. Daor in die irste klas, daor bij die mskesschool

 

Agge hil et jaor oewe kattechismes geknd had, dan krede, wrd d op de prikstoel gezeej. Dan krede en prntje! Ik kon mene kattechismes van veur tot aachtere opzgge zonder meej vraoge n antwoorde!

  Luister naar het bestand

 

5

Sus de Bruin had een winkeltje in de Heikant maar werd steeds belazerd door zijn klanten, zowel jong als oud. Bij overlijden van een parochiaan werd er een wepke voor de deur gezet.

 

Een 'wepke' of 'busselke' (Coll.: RAT)

 

Sus de Brn! Daor hbbe ze ng schon stpe meej tgehld! Sus de Brn, die gaaf alles toe, h. n dan, h, dur den groten omzt n dan, h, die jeugd klleke (?) ammel n die, h Dan ginge ze daor sondags kope n asse dan en dinge mkte, enen hrring aate dan kapte ze alles op ene tuij (?) De kppe mar, zi Sus, mar de kppe die aate ze ok meej op!

 

mar dan laag nen bl tabak of tien mar dan han ze wl zolang gewrkt dtter ene op de voete laag die vur de tonbank ston n dan, h, nie bij Susse mar bij die jonges dan, h. n dan ten liste begonne ze zow te stoeje n dus ztte ze de deur oope n dan schuptenie dieje bl tabak nr bte!

 

Agge naa gin snte had, h, dan gingde daor kope! n agge dan en duske siegrtte had n der zaaten er en stuk f drie, vier in dan gingde daor nr toe: Suske gif mn en duske siegrtte!, n Sus die gaaf en duske siegrtte n ge stokt d in oewe zak n dan vatte et ouw: Och kk Sus, der zitten er mar vier in!, Oo zittie, D heej ons Naontje dan gedaon!

 

D wrd vruuger vur et hs gezt asser iemand ooverleede was! Asser iemand dod was. Zon, zon ding. Dan konde de mnse d konde ze dan zien n d wpke! D wrd op straot gezt! En wpke, d was zon, zon ding, ja

 

Enen dodskp meej tweej planke n dan daor en sten onder n dan stond d vur de deur. Mar asser nouw en weej dod was die getrouwd was, d was nog verschillend as d en weej dod was die jong was! Dsse nie getrouwd was. Nt as ik! Ik bn nie getrouwd dan kreg ik en aander meej ene witten doek f iets eroover

  Luister naar het bestand

 

6

Men gaat door over de wepkes en het opbaren van doden in de voorste kamer. Vervolgens komen de goot, de lemen vloeren en het thuisweven ter sprake.

 

De 'geut' met onder de spoelbak met 'moosgat'

 

om te laote zien hier is en lk in hs, nt naa de schippers ng doen meej de vlag, hi. Meej en zwarte vlag op den, op den bot!

 

n asser ene beebie dod was dan stond ie vur de raom schon versierdn dan ginge buurmskes ginge d saoves aflgge, nkleeje, meej blumkes, en schon jurkske aon!

 

n die h enen onderffiesier f hij was al offiesier gelf ik. D was er ene t et noorde, in kwertier. Nouw lt ze d lk ztte in die kaomer daor diejen ffiesier sliep n die kwaam snaachs van verlf trug. Dieje meens was zo geschrokke! D kunde begrpe! D lk stond dan in hum kaomer! D han ze not in hum kaomer moete ztte want d was de vurste kaomer!

 

En vruuger de keuke, d was de goot! De goot, j! De geut! Ik dcht de goot! De goot! De goot! De goot! De geut of de goot? Goot! De goot!? En dan hadde zon gtje in, zo agge de geut schuurde dgge et waoter zo bte kont vge!

 

Leme vloereDie hb ik wl geknd Net de Visser. Hier wont Net de Visser, zi pestoor Brendonk. Jan van Hulten hiete hij, de man, n die heej enen vloer meej bulte, zi pestoor  teege de kappelaon. Ging ie meej ene nuuwe kappelaon nr toe!

 

Die teuswvers die han amml zo ene leme vloer amml die van Honsbrege n Peer de Koning!

 

Jao n ik kan et zllef ok! Ik kan et ok! Jao! Ik hb et daor bij Drikka Kools op de Ruudk gedaon. Toen was ik en jaor of vftien, virtien want ik ha irst en jaor gediend toen ik van school af was!

  Luister naar het bestand

 

7

Men blijft thuisweven; het lijmen van de ketting met de kruiwagen op straat. Er wordt nog uit een oud weversliedje geciteerd (ochd etc.)

 

Het drogen van de gelijmde 'ketting' (kettingdraden voor de weverij) - foto van Henri Berssenbrugge in Tilburg, circa 1900 - collectie Regionaal Archief.

 

n toen was Drikka Kools, die wonde daor op de Ruudk waor naa Jan van Kempen wont in d ouw hs. n die ha daor en ketaaw, die was vort oud n dan moes ik daor gn wve nouwchd, chd, chd, hGin brod, gin gld, chd, chd, chd!

 

Bij ons stonde tweej houte ketaawe in hs, d weet ik ng goed n wij han en, en schrraom n wij han en lmmesjien ammel int hout, kompleet! Wij waare hilleml as ene, ene tkstielfabriekaant mar ammel int hout!

 

n d ging saoves n zo altij mar deur n, n wij as kln kindere zo as beebie n die sliepe der gewoon deur! D was en gewld hor, tch, mar die sliepe der gewoon deur! Die waare vort n gewnd!

 

Onze vadder hoeveul, hoeveul stukke heej die nie gelmd!? Hdde gezien hoe ze die kttinge lmden, h? En die wrden dan bte gezt oover hil de straot, h. Die lngte van die ktting, want die wrd, die wrd dan gelijmd n dan moese ze buite drooge!

 

dieje kreugel, h, die draajde zo aandersom, h, zo! n der wrde hier staoke vur geslaon dus d hij nie trug kon in de grond mar dan moes irst enen zere pin hbbe!

 

n dan nffe die ktting lopen, hn dan ng bmen dan bme!

  Luister naar het bestand

 

8

Er werd vaak meegeholpen met het rietrijgen. Ook werden de stukken met de kreugel naar de fabriek gebracht. Na het uitbetalen ging het vervolgens regelrecht naar het caf.

 

n dan nknpe n rietrge n kamrge hk ok al meej gedaon!

 

Rietrge dik zo noj hoeoew moeste daor, moeste, die dinge zaate zomar ene mieliemeeter van mekaaren aaf alleml! n dan moeste ammel daor meej en mis dursteeke n as we onze vadder dan enen draod om, die moeste trugtrkken, h!

 

ik hb et gedaon vur Drikka Kools meej zon grote maand erop waor dan ppe in moese! Gienderwd nr Bartje Braans gebrcht, Bartje Braans, de Hogevnsestraot as ge die wit, meej de kreugel, dan waarde bkaaf as ge trugkwaamt!

 

asse dan beurden, hi, dan ginge ze aatij en paor borreltjes vatte bij dingen, hi. Daor in de Koejstraot op diejen hoek, daor den dinge bij den Engel, bij den EngelIk hb onze paa vruuger heure vertlle, dan stond hier hilt Lnshaajke daor nffe de Kraon hadde ok rges en kefeej gelf ik, dan stond hiiiilt Lnshaajke vol kruiwaoges!

 

Honger hbbe we nie geleeje honger nie mar et was tch nie zon smaokelek eete dgge kregt!

 

Mar et was wl remoej troef, remoej troef! Mar ze waaren et veul eensgezinder onder mekaare! 

  Luister naar het bestand

 

9

Er waren kinderen die zonder brood naar school moesten of op een ander iets kregen. De mensen die thuis room verkochten waren het beste af net als de pastoor. Veel mensen hielden toen varkens en geiten.

 

die ging prdstront raope, torte raope, zisse ds dan wir Riels, die kwaam van Riel aon! Prdstront raope om dere tn te bemste n ze han dan ok en vreke n en gt!

 

n dan vatte ons moeder en stuk zwart brod, d krege we zllef dikkels ok mar hr want bij ons wier et tgeznegd (?) bij et eete! D weet ik ng goed zuur brod, j, meej zuurdeg gebakke nt as den Dtser dieje kuch doen, h! n die knder, h, en bietje booter derop. Et trok van gin kaante!

 

Bij ons vnte ze rome, rome hiet d, in de straot vnte, n mllek, ds karnemlk.

 

Kik, zukke mnse, die beurde tch meer as die meej booter nr de mrt moese f kalvere mste!

 

En vrouw in de Peronstraot meej zeuve knder naam iederen dag enen halleve lieter rome n vrddag dan mogde gin soep f niks, dan zisse: Doeter mar de hlleft van en halleve doeter mar vur tweej snte bij Kiske want ik moet pap kooke!!

 

Dan hdde aaltij  tweej vrekes in de koj n dan wrd er meej Krsmes en geslacht n daander wrd verkcht! Dan beurde wir, dan kchte wir en mnd of aanderhallef ndderaand wir tweej vrekes n die ginge zo in et list van mei, et begin van juunie wir nr de slachter. Dan kchter wir tweej n die moese wir vt zn meej Krsmes!

 

En dan moes et drk nr de pestoor! Die, die aat er goed van, dieje krel! Die vret ze wl op, h, h, h daor koste meej gin wit spk nr toe!

  Luister naar het bestand

 

10

De pastoor kreeg zijn deel van de zuivel- en vleesproductie. Het werd allemaal naar hem toegebracht. Als je iets had uitgehaald of je misdragen had, werd dat vanaf de preekstoel aan de parochianen medegedeeld.

 

Toen dieje td toen ik hier bij Meulemans hielp, hi, op et list, toen kwaamen er ng tweejenvirteg boere brnge boere!

 

Witte gij ng Kees meej de tonelvereeneging, h? Gij gingt ok ng es nr de vergaadering van de wrkliedebond, ik ok, d (Kees) Kpers daor zo in diskussie was meej de pestoor oover gemngd tonelspeulemoge ze nie!

 

want die ging saoves lstere, dieje pestoor, saoves ast donker was meej en zaklantreke f er gin prkes rges zaate n d riep ie van de prikstoel aaf hor! Meej naom n al!

 

...die van Van Stralen zijn schandalen en die van Verstappen zullen het ook nog wel eens lappen

 

n asse te kommuunie ginge n ze han vleskouse aon f zon bietje en spie, dan sloeg ie ze oover n de kommuunie! N, kossie nie teege dieje meens!

 

Sjef Damen n Kees de Rooij hbbe n de appele gezeete, riep ie aaf! Daor was gin soodemieter van waor d was et mojste!

 

Toen zttenie me daor in, in et kesjt, daoraachter de krk, ik n Sjefke Dams. Ik vergeet et gaddoome not mir. nne daor stonde en paor grote volle maande vol leege wnflske, flsse n Damske n ikke, j, wij gingen es keure. Der zaat ooveral ng zon drpke in. En toen moes Sjefke t de broek. Ik zg: D kunde hier! Der ligge strojhulze zat! Gao daor mar in diejen hoek zitte!

  Luister naar het bestand

 

11

Het blijft botsen met de pastoor en de verhalen volgen elkaar op!

 

Toen zittie: Nou, nou moete vergiffenis vraoge! Ik zg: We hoeve gin vergiffenis te vraoge want we hbbe niks gedaon! Hij ok nie! We hbbe ng ginnen enen appel n gewist!

 

Toen kwaam ik nffe de roje Lpper zitte, die zaat vur den irsten dag in de school!

 

Ndderaand komt daor ng es en kwssiemeej taante Mien. Toen was ik al getrouwd! D was al, al vventwinteg jaor laoter, dnk, bekaant n die wrd ok op de priksoel afgeroepe toen meej, meej d voetbalvld van Siegoow

 

Dieje vnt die blft nt soodemietere hier in den Haajkaant

 

Hdde gij en veete meej dieje pestoor? Ik zg: En nie zon bietje! Ik zg: Want hij aawehoert ammel wl op de prikstoel n dit n dt, n ik zg: Mar hij Ik zg: Jwel, assie mar vergiffenis komt vraoge dan zakket em vergeeve!

 

ge zult binne koome, jonge! Dan zal ik jou de ls wl es leeze! Want d was tch nodeg! D was tch gin wrek! Dieje krel was zo onreedelek, h!

 

Die van Mensfoort, d was femielie van de steenfebriek Klaose n die amml n van Schoenmaokers. Daor was ammel gld van ts t! Naa moete es zien wsse, hoe dsse et er in den orlg afgebrcht hbbe! D waare gelk et waare gin NSBers mar ze hbbe van alles geproffieteerd!

 

Ik kan van teej ok wel ouwoeren hor! Mar van en borreltje gaoget wl gemakkeleker! Oo j! En zachte wnk, hi.

Luister naar het bestand

 

12

Bij de geboorte van een broertje of zusje moesten de kinderen tijdelijk het huis uit. De tram naar Waalwijk en Den Bosch reed door het Lijnsheike. Bij het Wit Perdje was een halte.

 

dan moeste nr oew taante toe, h. Dan mogde nie tsblve! Ge mogt, asser en koej kallefde b ons, h, dan moge wij hilleml nie b zn. Mn bruur n ikke laage dur d kln splitje onder die staldeur dur te loere, wij wiese wl wtter gnde was!

 

Ik wies vruuger aaltij al, h, waor rges ene klne moes koomen, h. Want toen was ik mar en jaor f aacht f zo, dnk, h. n dan kwaame ze ons moeder roepen, h. Ik dnk ch, ch, meens ng toe tch, h. Dan blef ze ot hil lang wg, hil de naacht f zo! Die was en baoker! Die ging baokere dan ng, h!

 

Bij ons kwaame ze ammel meej de tram, bij ons kwaam de tram vur de deur!

 

Et Mooleneind daor ik gewond hb, die reej nr Waalwijk! Nr Den Bosch!.

 

En dan hadde de aoreghd, de jeugd Dieje tram die stopten hier, h! Mar bij et Wit Prdje, daor was de halte, h! En dan moes er ot gewisseld wrre! Daor die, die waoges verwisseld wrre n ok ot meejgenoome dieter stonde. n dan had de jeugd ot, ot, dsse vur de, vur de grap zonne waoge lskppelde n dan blef ie staon! Dan ging dieje waoge blef staon!

 

ene personewaoge hing n, aachter die lookoomootief n dan en rij veejwaoges, en stuk f tien, vftien. Die zaate vol veej irtie in Den Bosch was, hor! Dikkels zat meejgereeje meej onze vadder, daor swoensdag Bossche Mrt!

 

n die kocht en fiets. n en td ndderaand kcht er onze vadder ok en. Bij Barte, bij Bart van Lon, meej de afspraak: J, mar Bart, akket nie kan leere dan gao de kop nie deur!. Want ze waare zo minder ontwikkeld dsse nie begrepe dsse op die tweej wiele eevewicht kossen houwe! D was en chte akroobaatetroef

  Luister naar het bestand

 

13

Naast de tramlijn was een padje waar men kon fietsen. Twee autos konden op die wegen niet naast elkaar rijden. Ook van de stoomfiets werd gebruik gemaakt. Het boeren ging er heel anders aan toe omdat er nog geen kunstmest bestond.

.

Nffe de tramlijn was en zwart, zwart pdje daor ze kosse fietse vort. Nffe de kaajwg, die kaaje zitte ng onder, onderwg die blauwe kaajkes. Die was zo smal dgge meej en voertg oover kon. Agge meej prde reeje ze toen. Asse mekaare teege kwaame, ene moes van de wg aaf!

 

Fietse d leerde wij van et hupke

 

In mnne jonge td dan, enen ootoo, die zaagde zo mar es ene keer in de week! en f tweej! En d was veul agge die en f tweej gezien had want den dkter die kwaam meej de fiets f meej enen brommert f meej en rijtg!

 

Stoomfiets

 

Of meej en stomfiets, zin ze vruuger! D was en stomfiets, ginne mooter! Stomfiets! Stomfiets was d! Omd stom die t de komprssiekraacht diese

 

Dan zaagde die ouwerwetse joekels van die autoos. On de btekaant han ze die rmme, war, n dan wrde die rmme kraaaak ging d dan wir asse die rm af moese. Nouw n dan en gekltter van dieje mooter rtteketttekett, ging d daorn ene wollek, ene wollek, ch man tch!.

 

Nt as vruuger, d was hil aanders boere as nouw. Toen han de boere ene ptstal, h. Nouw hbbe ze verharde vloere in de stal n naa hbbe ze wir nuuw stalle. Nouw hbbe ze vort en drfmiststal mar toen han ze ptstal. D was zon gat, zonnen hogen dam n daor stonde die koeje op n de mst wrd zommar truggegojd achter n daor koste durflsse!

 

Drrom ginge wij ok hskesmis haole, zimme vruuger, weejseejs haole int stad. Hskesmis om de weilande en alles te bemisse n as we gruun moese zaaje! Mar as dan dieje stal leeg was dan moes er wir enen hop haaj f strssel in meej zon vlagzssie, zon hg!

 

Daor ging dieje zk in, zumme zgge, want wij zin zk aanders zon we gier zgge

Luister naar het bestand

 

14

De grond in de Heikant was erg onvruchtbaar. Een tiende deel van de oogst moest worden afgestaan aan de belasting! De boeren ondervonden ook veel hinder van het jachtrecht van de heren. Vaak werd ook boekweit verbouwd omdat dit gewas makkelijk tiert op schrale gronden.

 

Et is hier mar hil lichte zandgrond hier n de Haajkaant want et hiet nie vur niks Haajkaant! Daor in de Klinstk, daor is beetere grond, daor bij, n de Lonse wg ds hil lichte grond. n daor hn we ontzttend veul wrek gehad om iets te teule!

 

Asseme graon op et vld han staon n d was dan rg n d rg wrd binnegehld mar dan  moeste van de tien hope, er wrre vier n vier gezt, moester ene laote staon! n d was tiend! Moese wij tiend drse!

 

Omd onze vadder ha zon kln mesjientje meej zonne manneezje eraon, daor die prd derop zo, ginne schubber f niks eraon n d was gemakker as meej dieje vleegel! Meej de vleegel hb ik ok ng gedrse, meej den drsvleegel!

 

mar dieje tienden hop die was nie vur de boere, ik dnk dt vur de belasting was!.

 

En zo hadde et heerleke jachtrcht vruuger ok al, daor de boere zoveul moejte meej gehad hbbe want asse die heere Want wij waaren ammel gedoepeerd want die heere die han ammel en jacht n, n die, die ztten er zllef  kenn op asse ze aanders nie ware!

 

Tis gelukkig dtter w kennen op zitte, dan ist teminste ng en bietje bemst!

 

Hil et terrein vur et hs afvlagge n daor ging diejen boekent op. En d wrd meej de vleegel gedrst. Et moes goed drg weer zn. Mar die boekent, die groejde op hil schraole grond! Die hoefde nie veul te bemste!

 

D wrd gemaole n, j, dan krede boekente strf, boekentmle strf hiet et, h, nne boekente pap!

  Luister naar het bestand

 

15

Waar vroeger de molens stonden in de Heikant. Maar daar is veel onenigheid over. Dan komt het inkwartieren voor de Eerste Wereldoorlog aan bod.

 

n bij de mlder moes ik ok gn wrke, daor nffen ons b die van Tuurlings n die zin aaltij teege mn: Jaon, ge kunt beeter hier wrke as daor b de mlder! Ik zeg: Wrrom? want daor wrd priema gekokt netuurlek! Daor zien ze hoeveul dgge it, t zon grote schaol ziede d nie!

 

n de Lonsewg, n et Meulenndn daor bij et kenaol! Daor langs de Lonsewg, langs de Grint, h, daor moete eigelek ng fondeeringe ligge! Ok van ene meule die daor ot gestaon heej!

 

et Linsheike, van Jaonus Tuurlings Lnsezijstraot waor naa die hoge flt stao, die hil hoge, zstien hog, daor heetie ongeveer ietske van deeze kaant gestaon!.

 

As we daor en bietje rondkke kunde de plts ng nwze wrtie gestaon heej!

 

Virtien Achtien! Toen krege wij ineens zo tacheteg Amsterdammers in de schuur n in de stal! nne d was ook en drukke n Daor koste al n zien d wij wd aachter liepe, die zuiderlinge, h! Want die hn van alles! Rokwrek! Kwatta! J, wij zn hier aaltij zo mar et ginnerallieteitslandje gewist hor! Zgt d daor (tegen Briefies) in Noord-Holland mar bij jllie!

 

Want ik weet ok ng d den ouwe Jan van de Mortel brgemister is gewist van Tilbrreg n dttie veul aksie gevoerd heej meej de Vlamingen om tt de reviere hier er tussent te smre! Limburg, Brabant n Zeeland! Dr heetie veul aksie vur gevoerd! Want hier han ze nrges vur nodeg as om belasting te betaole!

  Luister naar het bestand

 

16

Boven de rivieren maakten ze misbruik van de Brabanders. Het graven van het Wilhelminakanaal heeft erg lang geduurd. Het werd meestal nog met de schop gedaan!

 

In de grote steede zitte Brabanders! En hoeveul Brabanders zitten nie n de lswal in Rotterdam? Hier, hier, dees doen et wrek mar daor hbbe ze zon bntje nne, j腔

 

N, de Goirkestraat nie, want daor stonde febrieken alDaor hadde veul febrieke! Daor hadde Mannaerts n de Eras n Schoenmaokers n den Drge, nou j, d was Vliezo-Pesters n Franken!

 

D Willemienakenaol, d heej ok lang geduurd eer d doorgetrokken is! Hier tt et Linshaajke toe heeget lang stp geleege! Op den irsten bot d, die binnegekoome is daor hb ik opgezeete! Dan konde daor op den Dongesewg bij de slsdie kwaam den allerirsten bot, d was in neegetienenentwinteg, dnk, twinteg

 

En toen kwaam Kobus meej zene mooterbot, witte gij d ng? die draajde in de kom om!

 

Meej de schup! Jaa, ge htter toen van die dinge staon meej zonnen bak eraon n en zonne man, zin zeMar daor giender in de Witsie ist ammel meej de schup gedaon n meej trms, meej trms!

 

Het cassettebandje moet worden omgedraaid!!!

  Luister naar het bestand

 

17

Het kanaal wordt verder afgegraven en vervolgens is het tijd voor de vele straatspelletjes die er bestonden.

 

Meej ene baggermeule hn ze et ok wl gedaon mar d ging nie zo goed. Dieje grond was te hard, d was te leemachteg!

 

Wij zn op de schtse nr Osterhout gewist, dan moeste mar tweej keere t te stappe n koste wir verder!

 

Wij kwaame toen veul bij ze grutvadder. Die wonden op Love. Toen was, toen was ik ng mar  kln, toen wast al tgezt daor. Daor leeget nt aachter, daor Etesmi naa zit, kentoormeubele! n daor, daor is mn vadder geboore n daor kwaame we ngal veul. Daor ginge we ok nr toe! Daor krege we enen botterham meej sker van ons taante Jaans n ene snt om te kope van Susse!

 

Wie doet er meej kaajscheute? Wij doen poeleke! Witte w, hoe d nouw poeleke, hoe d d was? D was, d was in de grond enen driehoek

 

Aachter de Rugdk din ze veul paol steeke! Paol steeke! D was en pltje in de grond. D din ze sondagsmiddags die, die, die mannen, h. En pltje in de grond n daor ligt ene snt op n dan moeste meej enen bl daor teegenn goje!

 

n mitje steeke! Mitje steeken, h! D was ok meej snte. Dan hdde we en streep getrokke in de grond meej zon kln hkske der boovenop n dan gingde zo op enen afstand van en meeter f drie n dan meej zonne snt! n wie daor op die meet kwaam f wie dt krste bij n wie daorin kwaam kreg alles!

 

En dan ooversprong! D din we vruuger ok op school!

 

Ik weet nie f gullie d ng wit d wij vruuger op school din kapmis, leepel f schr? Dan ging er zonne jonge, ging krom staon, dan zaat er ene op zene rug n die op zene rug zaat die di dan zo: Kapmis, leepel f schr? n assie d raojde dan, h, dan moes den aandere krom gn staon!

  Luister naar het bestand

 

18

Het kapmes-spel wordt nog eens herhaald. Interviewer Briefies vraagt op quasi ondeugende wijze hoe het vroeger met vrijen ging. Van vrijen komt het gezelschap vanzelf op verstoppen en zoeken.

 

Meej vrije? Vrije, d, huhu, d was toen meej, d was en moejlekheid! Dan ginge ze ze nsteeke, zin ze vruuger! Ik gao ze nsteeke, ik gao ze nsteeke zin ze dan! n as d mske vuur gaaf, d was, d was d d goed kwaam!.

 

wij vrejen al toen we nr school ginge, dt klapte! J, j vruuger ok! Vruug erop? (hilariteit)

 

Mar dan ginge we mist meej vur die griete zo w af te drge! n piepertje doen in de schuur! Piepertje! Piepertje noemde ze d. Dan moeste oewge verbrege n dan, dan probeere meej zon, zon mdje te krpe in, int hoj f zo!

 

Onder de tafel van Matil, daar zat juffrouw dikken bil. Dikken bil zo hiet ze, honderd scheten liet ze. Elke scheet die woog een pond, daar zat juffrouw dikke kont! n wie nouw et lste dert kwaam die moes gn zoeke!

  Luister naar het bestand

 

19

Er werden vroeger in de buurt nogal wat streken uitgehaald met andere mensen, vooral als ze zich niet aanpasten aan de plaatselijke gebruiken!

 

Wij hebben hier rcht teegenoover die winkel ok wl ot ng de, de vnsters van et hs afgehld n erop gezt! D was en winkel, h, n dan de vnsters deraaf, h, n dan derop ztte: Totale uitverkoop wegens opheffing van de zaak!

 

die han ammel frtbomen in de tn staon n teege die d frt rp is moese ze lleken aovend waoke omdsset aanders gelk wg hlde!

 

Mar ge had hier vruuger ok nt as op de Vfhze, as daor zo iemand was zak zgge die bevobbeld die boere zon bietje zaat te koejeneere dan waarde ng nie gelukkeg, hr! Want ptverdoorie ir d d spulleke afgewrkt was han ze dieje knaap n zen hd gezeete tt n mt, hr! Meej allemlle!

 

En kr geriffermeerd maoke! Dan din ze die op zene zijkaant goje, d din ze saoves f snaachs, h! Op zene zijkaant n dan de burrie die konde himmel ondersteboove draaje! n dan wir trugztte! Dan moeste aatij vllek gn haole!

 

Kees Vermeer die heej alle fisjes meejgemkt! Buurtfisjes, n de bevrijding wassie er aaltij bij mar kreg ie zllef zilvere brlft n toen ging ie er ondert! Der wrd niks tgenoodegd n toen hbbe wij nouw veul meer plezier gehad as daor nr de brlft zn gewist!

 

Meej grote schijnwerpers vur zen deur (Vermeer)! n e toen e keetelmeziek! Ik meej en akkrdeejon veur erop n ik kreg er ng ene b me. Toen liepe we vort meej tweeje hier nr de Haajkaantse krk toen n daor n saanderendagsmreges meej ene volle waoge kaf hil de wg vol gestrojd!

 

Toen die oudste dchter trouwde! Die ha gin bier gegeeve toen ze ondertrouw was, h!

  Luister naar het bestand

 

20

Je moest je aanpassen aan de grote hoop anders haalde je je veel problemen op de hals. Miet van Rijzewijk werd veel geplaagd omdat ze gek zou zijn.

 

Jaaa, ge moest meej den hop meej doen aanders waarde, waarde de siegaar, hr, agge d nie dit! Wgge gewnd waart te doen d moeste meejdoen aanders hongde! Jaaa, we zitten hier wl in en goej wk, hr!

 

Psterij, praoterij b wze van spreeke! Dnkt erom dt trug kwaam, hr, want ze raanselde oe af! Tot n mt, hr! Dan waarde nie gelukkeg agge d drfde te waoge!

 

Jao, et was tch hier wl ene troep, hr!

 

En hier rcht teegenoover enen, h, daor d hs daor. Dr wonde, die was meenseschouw. Witte gij d ng? Jaon Mommers! Die kwaam nojt bte dieje meens. Nojt, die zaagde nojt, nojt van zen leeve kwaam die bte! Nojt, die was meenseschouw, zin ze!

 

Nou weet ik wl wrrom d zij zo gk is gewrre! Ja mar, Bij ven Rzewk ts waare tweej Mie was nr et kloster gewist, in Aorendonk, hi. n daor isse van truggestuurd n daor heej zij d van gekreege! n daor waare bij ven Rzewk ng meer dchters die nr et kloster won gaon mar die moge van die vaader nie gaon vurdttie gestrreve is!

 

Die ging aaltij, die ging aaltij mllek haole daor bij de Brouwer, h. En dan ztte ze daor diejen emer, hi. Diejen emer die ztte zij dan daor! Pirke Donders, daor bij Jaones van Riel, ztte ze daor neer n dan ging ze aachter Pirke Donders, daordeur was daor en pdje zo nr de Brouwer. En wij dikkels diejen emer ng omgoje f w dert haolen n zo! Dan ging ze enen musterd haolen, h!

  Luister naar het bestand

 

21

Nog wat kleine anekdotes en dan komt het gesprek op de kwezeltjes die men in de wijk kende! Ze volgden de orde van Norbertus.

 

n ik ha gre mllekepap, ds karnemlk, h, n dan moek d daor haole mar die schpt meej zon schp. D was tweejnnenhalleve snt zon schp mar ik kek aatij waor diejen drppel viel, hr! Asser enen ingevalle was hoefden ik gin pap!

 

En vruuger Btje Schoen, et roj Btje! Hil vruuger ha die bloed oovergegeeve. Toen heur ik dsse teegen ons moeder zin: n toen han ze ammel van dieje troep bte gestrojd op de wg meej die karre die daor ooverheene ginge dsse die nie zo hoore want ze was veul ziek! Want moeder heej bloed gespouwd!

 

n dan de kweezeltjes! De kweezeltjes hb ik ok ng!! De kweezeltjes Biezemortels! O, de mutsewaasers!

 

Jao, Btje Smrriejus (Smarius) n Mieke Biezemortels  n Jaanske Biezemortels n Dieneke, in den Heikant, n Dieneke Kools! En die hn de heilige Norbertus, ds de drde rde van die Witheere die hier zn. De Witheere hier d zn irste rde, irste rde n dan hdde de twidde rde, d zn de zusters in Osterhout, die Novatijnessen. n dan de kweezeltjes die ginge aaltij nr de Noordhoekse krk ast Norbertus was!

 

n d kweezeltje, h, d ging aaltij op de klumpkes smreges om zs uur al nr de krk hr! Die konde bij ons aaltij nffen heure koome! Ast gevroore h op die klompkes!

 

Die hadde altij donkere kleeren aan n veul bidde! Die hadden ok reegels!

 

D was ok moj! Asser, asser iemand dod was n dan wasser en bidhs n dan hadde daor en paor stoele n daor li en plangk ooverheene zo in de ronde. n dan kwaame de mnse dan saoves bidde!

 

  Luister naar het bestand

 

22

Van het geloof naar het land. Er werd vroeger veel  koolzaad verbouwd dat in oliemolens werd verwerkt tot (sla-)olie. De koeien stonden meestal op stal en in het najaar werd spurrie gevoederd.

 

En as dan gewoon et rozenhuuke afgelope was, dan wrd de littanie gebid n dan moeste op oew knieje, dan zaate zo op, op oew knieje op de bank teege de muur n te kke.

 

dtter kolzaod gezaajd wrd n dan geplaant! Hamme ok ieder jaor in en hoek! Ge ht wl ot van en olliemeule geheurd, h? D, nou d, d antiek ding daor in de Rt, d was ok enen olliemeule. B mn schonvadder bij Drikske Priems ha enen olliemeule n in de Trouwlaon! Ik weet er zo drie staon, olliemeule! En de boere zaajde ammel koolzaod! Dan han ze ollie, daor kosse ze strf van bakke n, n dan zo w saus n d was vordilleg n d ginge ze daor laote maole, ollie laote prse!.

 

In den orlog was d goud wrd, witte nie! Die klaajboere in de klaaj wast en n al kolzaod! En d brcht veul op! Der kwaam ast goej kolzaod was, drieduuzend kieloow van enen buunder!.

 

Gij ht et nouw oover enen buunder, h, mar ge had vroeger lupse n ge had en roej ok, h. D waare ok maote van, van die dingen, h. En roej rappel, ik weet nie hoe, was d gin aacht meeter f zo? Zeuve, zeuve meeter zeuvenentaacheteg! n, n, n, n, n lupse? En lupse was en zisde prt van enen hktaare!

 

Want vruuger din ze de koej nie in de waaj want dan liepe ze et ammel plat, d bietje op stond. D voejer wrd gemaajd n op stal opgevoejerd. Der zaate wl en paor miljoen () vliegen in dieje stal

 

Nouw zaaje de boere ok op lichte grond spurrie! Dan ginge ze daor de koeje. Int njaor moeste ze tuijere, daor zaat dan de, de md, de dienstboode bij, de md zin wij vruuger. Die laag dr b te braaje n die moes aaf n toe die starte vort slaon!

  Luister naar het bestand

 

23

Asse die gemaajd hadde dan kosseme musseklmme ztten n musse vangen dan ging, hamme sondagsmiddags hamme fist. Dan ginge we die musse slachte! We hlde ze t n we din ze in et zout n sondags, Gust ven den Broek n onze Jaon n Kees de Wolf, han we zon pan meej musse n, n de smkte goed!

  Luister naar het bestand

 

Muziek klinkt om aan te geven dat het gesprek beindigd is! Jan Briefies, lid van de werkgroep dialectologie van de Heemkundekring Tilborch, neemt afscheid van ons!


Naar het begin van de pagina